De vraag die deze as stelt
Moeten wetgeving en overheid strikt seculier zijn, of mede worden gebaseerd op religieuze normen en tradities?
Deze as onderzoekt de rol van godsdienst in het openbare bestuur en de rechtsorde. Aan de seculiere zijde staat het beginsel van scheiding van kerk en staat: de overheid en het rechtssysteem moeten strikt godsdienstig neutraal zijn. Wetten behoren te berusten op rationele afwegingen, wetenschappelijk bewijs en universele mensenrechten, en religie hoort thuis in het privédomein. Aan de religieuze zijde staat de opvatting dat morele wetten en het maatschappelijk welzijn rusten op goddelijke openbaring of aloude geloofstradities, en dat de wetgever rekening moet houden met religieuze beginselen.
Het conflict openbaart zich rond religieus onderwijs, godslastering, medisch-ethische kwesties (zoals euthanasie en abortus), gebedsoproepen en religieuze symbolen in overheidsgebouwen. Seculieren waken voor theocratische tendensen en beknotting van individuele vrijheden. Religieuzen waken voor uitholling van morele waarden en uitsluiting van gelovigen uit het publieke debat.